Frederik van Eeden
3 april 1860 - 16 juni 1932

     Een leven in woord en beeld    

 

Reizen in binnen- en buitenland.

 

Gedurende zijn leven heeft Frederik van Eeden heel wat reizen gemaakt naar het buitenland; soms als ontspanning, maar meestal met een hoger doel – voor studie, om lezingen te geven of om gelijkgestemde geesten te ontmoeten en samen met hen plannen te smeden en overeenkomsten te sluiten.
Bij het opzetten van het stramien voor deze pagina heb ik gebruik gemaakt van de beknopte chronologische samenvatting uit de vierdelige uitgave van de dagboeken.
Dit stramien wordt opgevuld met dagboekfragmenten en waar het nodig is, met enige uitleg over het doel van de reis.
Enkele binnenlandse tochten heb ik toegevoegd omwille van een belangrijke betekenis die deze hadden in het leven van FvE

 

1974  juli  

naar Kreuznacht met zijn moeder – omwille van zijn zieke ogen. Kennismaking met de familie Molony

Frieda en Florence Molony

3 Juli

Op den Rheingrafenstein geweest. Den geheelen dag, na het eten ben ik op de rotsen en in de bosschen geweest, ik kan er niet van scheiden. Nu volg ik het geheele Badeleben. Het bevalt mij tot nog toe goed. Ik heb hier prachtige plekken om uit te teekenen. We zullen er gebruik van maken. Mijn dokter is een aardig man, hij smeert mijn oogen in, als het maar helpt !

9 Juli

Dit zijn allen gelukkige dagen. Ik heb het groot­ste gedeelte met Frieda en Florence doorgebracht Ik heb met hen aan de rivier gespeeld en 's middags aan de salinen en zoo. 's Avonds ben ik naar Kreuznach gereden, maar het regende een poosje. Ik had het geluk mevrouw Molony een plezier te kunnen doen, anders was ik liever thuis ge­bleven.

10 Juli

Ik schrijf alles zoo laat. Ik weet het niet precies meer. Ik ben met Florence naar Altenbaumberg geweest, heerlijk. Heb al het mogelijke voor haar gedaan, nog wat pret gehad en mij bij hen bemind gemaakt.

11 Juli

's Ochtends met de kinderen, ik ben al hun Freddy dear, 's middags met Mevrouw naar Kreuznach geweest, ook heerlijk. Het was erg winderig in het eerst, naderhand heel mooi. Wij hebben anders veel slecht weer gehad. Toen wij thuis kwamen alles naar bed behalve Mathieu, prettig gekletst met hem.

13 Juli

Ach God, alweer iets naars. Frieda en Florence blijven niet hier, ze gaan verderop. Ik ben zoo treurig gestemd daardoor. Naderhand trok ik weer wat bij. Ik heb met haar gespeeld en ben vroolijk geweest. Ik ben nooit vroolijker en geestiger, als met haar.

16 Juli

Weer croquet gespeeld. Met Mevrouw naar Kreuznach, Mama wou niet mee, vreeselijke regen. Niet veel gespeeld, morgen gaan ze weg, gelukkig nog niet voor goed, maar ik vind het toch onaangenaam. Misschien is het wel beter, maar ik begrijp mij zelve ook weer niet hierin. Ik vat het zoo ernstig op en het is toch alleen maar een amusement.

1877 april

alleen naar Eastbourne – logeren bij de familie Molony

Eastbourne 1877.

Het was op een zekeren gedenkwaardigen Dins­dagmiddag, dat op den spoortrein, die tusschen Haarlem en Rotterdam rijdt, een zeker jongmensch of jongetje zat, dat met een gezicht, waarop hoop en blijde verwachting stonden te lezen, uit het raampje keek.

Hij keek naar de eentonige, groene weiden, naar de naargeestige, kromme wilgeboompjes, naar de eeuwig rechte slooten en groette al dat schoons met een honend vaarwel. Dat jongetje was ik, en die ik ging naar Engeland.

Hoe ik daartoe kwam toch! Dat was eenvoudig. Ik was er te logeeren gevraagd, maar toch was het een belangrijk ding en die Dinsdagmiddag een gewichtig tijdstip van mijn leven, moederziel alleen buitenslands te gaan reizen en dat nog wel naar Engeland, naar Londen! - ik was zelf zoo ver­baasd, dat ik dat maar zoo kalm ondernam, dat ik de geheele reis van Haarlem naar Rotterdam noodig had om mijn eigen grootheid in te denken. Te Rotterdam was ik er mee klaar en gedroeg mij daar, zooals een jongmensch in mijn positie paste, een fraaie restauratie werd opgezocht, een deftig diner besteld en ik at met grooten smaak - biefstuk met doperwtjes. Van hier af tot Vlissingen was de reis bijzonder vervelend, met een hoofd vol illusies en verwachtingen komt men echter alles te boven. Ik liet met een air van gewicht mijn retourboekje zien en vroeg deftig aan een Vlissinger, of de Lon­densche boot nog al vol was tegenwoordig. Dat had het gewenschte gevolg, dat ze met eenig ontzag naar mij opkeken en mij te Vlissingen aangekomen, heel beleefd den weg wezen naar de genoemde boot.

Daar lag het groote stoomende monster en liet een dreunend geraas hooren, als wilde het zeggen: haast je wat! Ik liep op een sukkeldrafje met mijn lompen, zwaren handkoffer sjouwende de plank op, werd door twee kerels aan boord geheschen en daar stond ik, te midden van een troep luidruchtige, heen en weer dravende Engelschen, mannen, die koffers tegen mijn knieën bonsden, mij verzochten uit den weg te gaan en mij eindelijk beneden in den salon terecht deden komen. Met innige tevreden­heid en zelfvoldoening keek ik rond. Ik had zoo dikwijls gedroomd aan boord van een schip te zijn, dat het nu wel eens in werkelijkheid gebeuren mocht. Ik beken gaarne, dat ik met zekere onge­rustheid de eerste bewegingen van het ruime schip tegemoet zag, maar toen ik eens naar boven liep en zag, dat wij al lang op weg waren en dat de lichten van Vlissingen reeds kleine vonkjes schenen, drijvende op het donkere water, toen bedaarde mijn vrees en maakte plaats voor het heerlijke gevoel van verruiming en vrijheid, dat ons door­stroomt, als wij voor het eerst het breede vlak van den Oceaan tegemoet varen. De maan brak door en bescheen de droppels, die achter de rader­kasten opspatten en de breede, vèr zichtbare schuim­streep, die de boot achter zich liet met een blauw­achtig licht. De zee was vrij kalm en wij wiegelden nauw merkbaar op de golven. Ik was zoo innig tevreden en gevoelde mij zoo plezierig, dat ik aan geen zeeziekte dacht en iedereen op de wereld had willen uitdagen om mij ziek te maken. Het was reeds over twaalven, eer ik er toe kon besluiten de frissche atmosfeer op het dek met de warme benauwde kajuit te verwisselen.

Nauwelijks drong de eerste schemer door het met schuim bespatte, ronde raampje naast mij, of ik sprong op en vloog op dek, den killen wind trot­seerend en wachtte het verschijnen van de oude, lieve Zon. Zij kwam, voorafgegaan door een onbe­schrijfelijk prachtige mengeling van kleuren en tinten en bescheen een aantal bleekneuzige ge­zichten en glazige oogen, waaronder ook het mijne, dat vermoedelijk zeer vroolijk stond, want ziet, daar in de nog half donkere verte, daar beschenen hare eerste roode stralen de duidelijk zichtbare kusten van het machtige Albion. Het was een heldere, vroolijke morgen, de zon scheen verwar­mend op het dek, met onvermoeide vaart stoomde het fraaie schip over de kalme zee, andere stoom­booten, haringbuizen, zelfs kleine, Hollandsche tjalken varen ons aan alle kanten voorbij en ver­levendigen het heerlijke, ruime vergezicht, be­grensd door de witte, zonnige rotsen, op wier met groen bedekte toppen, men duidelijk de land­huizen als witte punten kon onderscheiden. Ik zat nog aan een stevig ontbijt met ham, eieren, zalm en allerlei Engelsche lekkernijen meer, toen de bel luidde en ik aan het manoeuvreeren van de boot merkte, dat de landingsplaats niet ver meer was. Wij hielden stil, werden gevisiteerd en ik zette, overstelpt van aandoening eindelijk den eersten voet op Engelschen bodem, zeide vader Theems goeden morgen en stapte in den trein, die zóó voor mij klaar stond. Wij reden meestal langs de kanten der heuvels en hadden soms een heerlijk uitzicht op het dal. Kleine stroompjes met geelachtig water kronkelden zich hier en daar tusschen het weiland. Groepjes aaneengeplakte huizen, eenvoudig en solide, maar zonder eenige schilderachtigheid stonden tegen de hellingen en de heerschende tint van het geheele landschap was een groezelig-rooke­rig geelbruin. Het gras, de boomen, de huizen, alles had een kleur, die daarnaar overhelde. Naderhand merkte ik, dat het zoowat de nationale kleur van Engeland was. De heeren dragen meest geelbruine jassen, soms zelfs geelbruine hoeden, de locomo­tieven, alle huizen, geheel Londen zelfs, de Lon­densche mist en het Londensche rivierwater, alles ziet geelbruin. Als een solide kleur, die niet ver­schiet en niet te opzichtig is, kan de Engelschman zich met geelbruin best vereenigen. Wij naderden Londen; de huizen alle van denzelfden vorm met blauwe leien daken en rijtjes van roode schoor­steenpotten, stonden dicht op elkaar gepakt. Reus­achtige fabrieken met kolossale opschriften staken hun lange schoorsteenen op, een rooklucht drong door het open raampje, het verschiet was in een nevel gehuld en men heeft een onbestemd, druk­kend gevoel, dat er iets ontzettends in dien nevel verborgen is. Wij ontmoetten spoedig verscheidene treinen, die ons in alle richtingen voorbijstoomden, soms onder ons door, soms over ons heen, dikwijls waren er vijf of zes tegelijk zichtbaar. Op een hoogen heuvel verrijst een majestueus, glazen ge­bouw, als om den vreemdeling voor te bereiden op de reusachtige afmetingen van alles wat hem in Londen wacht; dat is het kristallen paleis. De trein stoomt door een langen tunnel, dan over een prachtige brug, dan onder, dan boven den grond, tusschen een schijnbare chaos van treinen, stations en huizen, recht op Victoria station af. Daar stroomt de menschenmassa haastig uit de portieren, de bekenden zoeken hun weg en de vreemdelingen staan nuchter en verward te kijken. "Is dat nu Londen," vroeg ik 'me zelf, "ik ben nu toch wel goed wakker?" Jawel, het was wezenlijk Londen. Niet mooi, dat wist ik wel, niet schilderachtig, niet frisch, niet luchtig, niet zonnig, het kwam er ook niet op aan, het was Londen en dat was mij ge­noeg. Ik heb toen maar twee uren in Londen door­gebracht, maar het scheen mij later een geheelen dag toe. Ik heb getobt met mijn koffer, gezwoegd om hem in veiligheid te krijgen, ik ben ontelbare malen in de war geraakt en wanhopend geworden over de vlugheid van spreken der Engelsche police­men en pakjesdragers. Ik heb weinig meer gezien, dan enkele straten in de onmiddellijke nabijheid, maar zij gaven mij genoeg genot. Zij bieden geen grootsch schouwspel, de huizen zijn meest aan elkaar gelijk, van door rook zwart geworden steen opgetrokken en de woelige menschen- en rijtuigen­massa, die u voorbij stroomt, houdt gij eerst voor een oploop of iets dergelijks, maar als ge doorstapt, al was het ook uren en uren en steeds nieuwe reus­achtige huizen en nieuwe eindelooze straten uit dien geheimzinnigen nevel opduiken ziet, dan begint de gedachte aan den onmetelijken steen­oceaan, die u omgeeft, drukkend te worden.

1879 juli

voetreis door de Vogezen met Doris van 't Hoff.

De bladen van het boek hier zijn bezoedeld door bloemen uit de Vogezen. Wij zijn in 't midden van de reis. Doris slaapt op de kanapé en daarbuiten brandt de zon op de schaduwlooze straten van Colmar. ▫ Het genoegen van de reis komt natuurlijk eerst als ik thuis ben, of liever het besef van dat genoegen. Op reis weet ik niet dat ik plezier heb, maar later komt het verlangen naar al dat schoons dat ik gezien heb. Er is ook veel tegenspoed gebeurd, ik heb gruwelijke dagen doorleefd toen ik op nauwe schoenen en pantoffels rondliep, bovendien zitten wij nu zonder koffer en zonder schoon goed, ik voel me zoo vuil en schooierig en ik heb zoo'n moeite om het met Doris te stellen. Hij kan soms totaal onverdragelijk zijn. Hij is alleen aardig als hij dwaasheden kan vertellen, ernstig en toch verstandig heb ik hem nooit gezien. Het is een groot kind, hij moest nooit ernstig zijn, altijd lachen.

Verlangen doe ik, zoo heftig zoo aanhoudend en zoo smartelijk als nooit tevoren. Henri zei eens dat zij geen woord kon vinden dat juist haar verlangen uitdrukte, haar verlangen naar mij. Het woord weet ik ook niet, maar de beteekenis weet ik zoo bizonder goed. Ik verlang naar haar zooals .. neen niet zooals iets anders, ik verlang naar haar, zooals ik naar haar verlang.

Ben ik nog zoo'n jongetje dat ik niet buiten mijn thuis kan? Ik schrijf zooveel brieven alleen om weer een huisselijk gevoel te hebben, misschien ziet zij die brieven wel liggen. ▫ Als er eens een brief kwam, waarin wat stond van haar, en toch als Mama haar naam noemt dan hindert het mij.

Ik geloof niet dat ik het zou kunnen vinden met de natuur alleen. Als ik iets schoons wil genieten moet ik menschen om mij heen hebben waarvan ik hou, lieve, huisselijke menschen. Als ik nieuwe kennissen maak is het ook goed, maar nu ik hier rondreis met Doris die voor 't meerendeel knorrig kijkt, tusschen een volk dat mij niets geen sympathie inboezemt nu voel ik mij ongezellig gestemd, mogelijk breng ik ook het mijne toe tot de kloof tusschen Doris en mij. ▫ Ik wou dat ik in de verandah zat op het Spaarne. ▫ Och, nu ik eens naga wat ik voor herinneringen uit Haarlem medenam, begrijp ik dat ik na korten tijd weer naar de Vogezen zou verlangen als ik thuis was en in Amsterdam weer naar huis en thuis weer ... ten slotte zou ik maar verlangen dood te gaan.

's Winters is het zoo koud, 's zomers is het zoo warm, wanneer en waar zou ik toch tevreden zijn.

Brrr! Wat komt er weer een sombere stroom aanbruisen als ik de bladen van dit boekje open. In mijn leven ben ik toch zoo somber niet/ eergisteren heb ik nog gedanst met Elzasser meisjes. ▫ Ik vind ze niet aardig die Elzassers, zoo vervelend en zoo stug. Ze halen hun woorden drie el uit, zijn vies en gewoonlijk leelijk. ▫ Maar ik wil geen oordeel vellen hier, omdat ik het land heb en dus niet oordelen kan.

Ik geloof dat mijn eerste gang in Haarlem naar het Spaarne zal zijn

1881 augustus

reis naar Kopenhagen met de familie van Vloten.

7 augustus

In Kopenhagen! O, het is zoo goed; en dat is reeds lang zoo. Het is goed met mij, mijn leven is rijk en heerlijk, mijn geest is kalm en opgewekt. Daarom geniet ik van deze reis, zooals ik nooit te voren van een reis genoten heb. Er liggen weer bloemen in het boekje, rozen en korenbloemen en ze zullen heerlijke droomen opwekken, alleen daardoor weemoedig dat zij voorbij zijn.

1881 zomer

eerste verblijf op Mijnsheerenland
Schets van Mijnsheerenland door FvE

1885 november

studie te Parijs bij Charcot. Bezoek aan C. Busken Huet.

1886 april

huwelijk met Martha van Vloten, reis naar de Riviera en Toscane.

Op huwelijksreis

April. Op mijn Huwelijksreis Musset gelezen/ Confessions d'un enfant du siècle. - Stendhal - Taine. Voyage en Italie.

Bezoek aan Multatuli te Nieder-Ingelheim

1886 juli 

Promotie te Amsterdam op Kunstmatige voeding bij tuberculose.
Enige tijd werkzaam bij Liébault en Bernheim te Nancy.

 

1889 mei - juni

Reis naar Parijs en Spanje.

13 juni

Hier weer een heele hap uit mijn productieve existentie, aangevuld door rijke impressies. 't Is heel eigenaardig toegegaan. Voor mijn vertrek was ik heel actief, plannen makend, mijzelf ingespannen observeerend, met een bijna gelijkmatig voortdurende productieve stemming; al maakte ik nog niet veel, ik voelde dat ik 't kon, er was voorbereiding. Dat bleef op reis gedurende de eerste 5 à 6 dagen. Ik bleef mijn droomen opschrijven, den tweeden dag in Madrid maakte ik nog het plan voor een vers - en ik zat 's morgens aan 't ontbijt in groote ontroering versregels te maken. Toen kregen langsamerhand de impressies de overhand, ik begon heel anders te voelen, passiever, het vermogen tot productie verdween geheel onder de snelle opvolging van reisindrukken, het stierengevecht met zijn heftige emotie veegde alles uit - ik vergat mijn droomen, schreef geen brieven meer, wist niets meer van mijn plannen.

Nu eerst, nadat ik weer tien dagen thuis ben, nu begint het productieve gevoel weer terug te komen. De eerste dagen na de reis was ik zeer gedrukt, neerslachtig, den ganschen dag slaperig en zeer hongerig. Op reis sliep en at ik heel weinig. Nu is 't eten mij weer vrij onverschillig en hedenavond heb ik voor 't eerst geen slaap.

1892 augustus  Voordracht over psycho-therapie voor het Tweede Internationale Congres voor psychologie te Londen.

Eerste bezoek aan Lady Welby op Denton Manor. Van nu af dikwijls naar Engeland.

laatste verblijf te Mijnsheerenland.

 

29 augustus

Mijnsheerenland. Koud, slecht weer.

Een maand voorbij. Londen, van 1-4. Denton Manor van 5-9 Aug. Twee dagen in Bussum. Van Vrijdag tot Maandag in Haarlem, toen van Dinsdag tot Maandag in Oisterwijk, toen hierheen.

Morgen muss ich fort von hier.

1897 juli 

Verblijf in Noorwegen.

woensdag 30 juni

Morgen reis ik naar Noorwegen. Ik verwacht niet veel. Ik voel mij de laatste dagen echter veel serener.

maandag 5 juli

Helleland in Noorwegen. ▫ Op mijn kamer in Gladsheim. Het is koud weer

Mist bij uitvaren tot Scheveningen op dek, de zee kalm. Nacht redelijk. Den volgenden morgen geen eetlust, den halven dag gedommeld in mijn kooi, hooge zee, maar 's middags mooi weer. 'S avonds gauw wat melk en beschuit gegeten en dat er in gehouden. Zaterdag nacht hevig slingeren, maar gevoel van beterschap. 's Morgens weer minder, guur, slecht weer. Toch ontbeten, en bij 't diner goed gegeten en dat goed verdragen. 's Avonds kwam iedereen bij

Komieke Franschman die stukken uit Wagner zong. Mr. Ronjat. Hij sprak Hollandsch, Noorsch, Duitsch, Spaansch, Italiaansch en Engelsch, alles met zeer goed accent. Aankomst in Stavanger. Stortregen. Schemerdonker, alles glimmend, dommelig, armoedig. 't Was 11 uur, maar precies een vroegen morgen. Wandeling door de stad met mevr. von Tanger en haar zoon. Dom en park gezien. In 't hotel gezeten. Een dikke jonge Noor die twee fleschen Champagne dronk.

(Aan boord mij geërgerd over Hollandsche poenen van goeden stand, drinkers en grove vuilbekken, Maas Geesteranus en Lette). Ik sliep goed in Stavanger, maar was moreel slecht. Dat werd 's morgens beter, in het rustige zonnige Zondagsstadje. Lekker weer. Spoorrit naar Ekersund. Een geweldig bar en woest landschap. Naakte, grijze rotsen. De zee spatte het witte schuim hoog op. Walborg met 2 kariolen aan den trein. Rit naar Helleland. Lange weg door een bar maan-landschap. Na 't eten hier met Thorwald en Walborg gewandeld. 't Weer koud en winderig. Prachtig is het hier. 's Avonds nog een eindje de bergen opgewandeld, tusschen de berken, de varens en de gagel. De witte duiven wandelden door het lichte, zonnige huisje. 's Avonds gepraat en muziek gehoord.

 

Van morgen, na een goeden nacht, alleen de bergen in. Het water ruischte om mij, en de bonte kraaien krasten. Ontbeten, geteekend en houtgehakt. De eenige zorg hier is, dat ik zoo ver van mijn kinderen ben.

 

Maandag de tweede dag (5 Juli) aan mijn verzen geschreven, dadelijk, en zeer gelukkig gevoeld. Gegeten melkpap, aardappelen, sla en snijboonen, biest-pannekoeken. ▫ Na 't eten wandeling met Thorwald en W. in Vindal, de overkant, over de rivier, zijn bosch. Viburnum, lijsterbes, elzen en berken, 3 soort boschbessen. De kranten gelezen en om dat verre leven wat gelachen. In Bjornson gelezen. En na 't avondeten was het heel goed. Toen las Th. voor uit Hiob, het hebreeuwsch, en uit het Hooglied. Deze twee troffen mij diep.

 

Lees verder, de hele maand juli 1897

1900 augustus

Voordracht voor het Vierde Internationale Congres voor psychologie te Parijs.

1900 – Parijs

Zondag avond 19 augustus.

Prettige reis met Hollandsche burgerlijke maar goedige reisgenooten, joodjes en winkeliers. 's Avonds ontmoeting met Myers en de Thompsons. Diner in 't hotel, eerste avond op de tentoonstelling.

Maandag 20 augustus.

Opening van 't congres, lunch met Myers en Sammy bij Duval op de expositie. 's Avonds receptie bij Richet. 's Middags Congres. Gegeten bij 't Zweedsche pavillioen.

Dinsdag morgen 10 uur.

Séance met Sammy en mrs Th. 's Middags 't congres bijgewoond. Diner in Parijs, Palais Royal. Op 't congres lichtbeelden, en 't muziekale kind. Zeer gelukkig geweest bij 't Petit Palais.

Woensdag morgen 10 uur.

Op 't congres over transfert en hypnose. Lunch met Stead en mlle De Pratz in de Cercle Republicain. 's Middags mijn voordracht en kennismaking met Chatterji, Tea bij Slater met Myers en Thompson. Gegeten in Duval op de boulevard. 's Avonds Cyrano. Half twee thuis.

Donderdag 23 augustus.

's Morgens naar Bois de Vincennes. Locomotieven ballon en motors gezien. Toen Notre Dame, morgue, ondergrond spoorweg, bateau mouche. Gegeten in 't pavilion blue. Soirée bij prins Bonaparte. Ontmoeting met Geddes, Cremer, enz.

Vrijdag 24 augustus.

's Morgens congres, debat met Carus, père Pacheu, Chatterji. Dejeuner in 't hotel samen met Chatterji. 's Middags congres/ prins Tarkhanof over kikvorschen. Telegram van Betsy, gegeten in 't Spaansche restaurant. 's Avonds Gare du Nord.

Zaterdag 25 augustus.

's Morgens séance met Betsy en Richet. Geluncht in 't hotel met Richet en de Thompsons. 's Middags congres-sluiting.

Chatterji op tea bij Slater met Betsy en Mary en Sammy. Gegeten bij Duval. 's Avonds in de Salles de fêtes, en bij de fontaines lumineuses.

Zondag 26 augustus.

Morgen séance met Mary Sammy en Betsy. Met B. geluncht bij Richet. 's Middags geschreven in 't hotel. Tour door 't Bois de Boulogne. 's Avonds gegeten bij Vefour en langs de boulevards gewandeld.

Maandag 27 augustus.

Chineesch dorp. Lunch in de roode toren, rustig gezeten bij de fonteinen. Gegeten bij la Feria. Spaansch concert en dans.

Dinsdag 28 augustus.

's Morgens naar de Notre Dame, de Louvre, inkoopen in Magasin du Louvre. Gegeten in rest. Sainte Marie. Thee in 't hotel. Om 6 uur naar Brussel. Gelogeerd in hotel de l'Espérance.

Woensdag 29 augustus.

Ste Gudule, Maison du Peuple, gezien, gegeten op de boulevard. Om half twee weg, om 7 uur in Bussum.

 

1901 juli 

Rijnreis met Martha en de jongens, per boot en te voet.

Voetreis in 1901

donderdag 25 juli

Het is prettig warm weer, vandaag tweemalen onweer, nu weer regen.

Ik zit in mijn hut. Truida zit te naaien over mij. Ik kwam gister van de reis thuis.

 

Maandag 15 's morgens 11 uur reisden we naar Nijmegen, bezochten 't Valkhof, dronken er koffie, gingen om 3 uur op de boot. 's Avonds om 6 uur kwamen we in Emmerik, wandelden naar 's Heerenberg, aten daar brood kwamen om 11 uur weer op de boot. Warm mooi weer. ▫ 's Nachts lagen we 5 uren stil, door de mist.

 

Dinsdag 16, een heete dag op de boot. Ik schreef verzen en brieven (Hei-leeuwerik en Rijnvaart). We kwamen voorbij Dusseldorf, aten aan boord, de jongens vroolijk. Ik was tevreden en gelukkig, had maar kleine hinderdingen. Daarna in 't geheel geen. ▫ Om 9 uur in Keulen, gesoupeerd in restaurant Fischer, gelogeerd in hotel Ernst, ieder met een jongen, ik met Hans.

Woensdag 17, 's morgens om 7.15 naar Königswinter. Paultje humeurig, wou de bergen niet zien. Afgestapt in Dusseldorfer Hof, daar leefde hij op. Gewandeld naar Heisterbach, daar gegeten. Terug over den Petersberg, die vol en druk was, de jongens hadden plezier in de kruissen langs den weg. ▫ 's Avonds met de tandradbaan naar de Drachenfels. Dit maakte diepen indruk op de jongens. Hollandsche plattelandsfamilie vroeg of we met ons schip in den Rijn lagen. 's Avonds met de kellners van het café teruggewandeld. Nog limonade gedronken aan den Rijn. Hevig gejoel en rumoer. Heet weer.

 

Donderdag 18. Langs den Drachenfels door Nachtigallenthal en 't Rhöndorferdal naar den Löwenburg geloopen. Daar onder de Laube Himbeersaft gedronken. Toen op den Oelberg, daar gegeten. Hollandsch paar vroeg aan Martha: ‘Was haben Sie zu trinken?’ Martha zei: ‘Ich habe nichts zu trinken, ich trinke selbst’. Terug gewandeld. 's Avonds met de boot naar Unkel. In 't Erholungshaus bij Schultz gelogeerd. Warm weer.

 

Vrijdag 19. 's Morgens in den Rijn gebaad, met de jongens. Toen overgezet in een bootje/ over den Apollinaris berg, langs Remagen, naar Neuenahr gewandeld, hoogvlakte met boschjes. Onderweg de Landskrone gezien. In Neuenahr even limonade gedronken en geld gewisseld. Toen naar Ahrweiler, daar in de Stern gegeten. Toen doorgewandeld naar Altenahr, onderweg in de Lochmühle koffie met Kirschkuchen gegeten. Afgestapt in hotel Winkler, nog steeds even heet. Onderweg de Saffenburg gezien.

 

Zaterdag 20 juli. 's Morgens met ons allen naar de ruïne Are, en naar de Lochmühle waar we een Wellenbad namen. Voetpad langs de Ahr terug, onderweg begon de lucht te betrekken, 's middags hevig onweer en regen. 's Avonds Martha, Paul en ik naar de Kreuzberg gewandeld. Hans in bed om een natte broek.

 

Zondag 21 juli. Lucht opgeklaard, heerlijk vochtig frisch weer. Na lang aarzelen besloten naar Laach te wandelen. ▫ Om 7 uur uitgewandeld over Kesseling, Staffeln, Heckenbach, de Hohnerberg, Hannebach, Engeln naar Maria Laach. Onderweg koek gegeten en water gedronken. 2 vietsers liepen op 't laatst mee. Weinig schaduw. Om 5 uur in Laach, 's avonds op 't meer gevaren. Bereleiders en veel volk. Heerlijk weer. In 't hotel Maria Laach gelogeerd. Vies en rommelig.

 

Maandag 22 juli. 's Morgens regenachtig, maar de regen zette niet door. Gewandeld over Wassenach naar Tönnistein, toen nog naar Burgbrohl, toen weer terug in Tönnistein gegeten. Daarna door 't Brohlthal over Schweppenburg naar den Rijn. Daar in Brohl weer op de boot naar Unkel. 's Avonds nog alleen met Martha in het lieve dal bij de Stux. ▫ Zacht, bewolkt weer.

 

Dinsdag 23 juli. 's Morgens met de jongens naar het watervalletje. Toen om 11 uur op de boot naar Keulen. Daar gezeten, de Dom en de Maria in Capitol gezien, om 7 uur op de boot. Mijn eenigste depressie omdat ik geen brieven vond. Later toch nog een. Goed weer, bewolkt maar stil en warm.

 

Woensdag 24 juli om 10 uur in Nijmegen. Om 1 uur thuis. Alles goed en prettig. Geen reactie. Op Walden was wel eenige verslapping en spanning. Maar onmiddellijk met stelligheid en goed vertrouwen te verhelpen.

1902  talrijke lezingen in Nederland.
1904 maart

reis met zijn moeder naar Ticino en Milaan.

vrijdag 11 maart

Luzern. Hotel du Lac. ▫ Gister gespoord van half zes tot half twaalf 's avonds. Eergister-avond vergadering van de besturen, waar we machtiging kregen voor het plan van Reens en mij. Het lijkt mij veelbelovend.'s Middags, tusschen Münster a/St. en Neustadt was het prachtig. Vochtig, zonnig zomerweer en heerlijke bergen. ▫ Heden is het veel kouder, met N. wind en sneeuw. Het gaat mij goed, en moeder ook. Van middag op 't Vierwaldstättermeer gevaren, de Rigi en de Pilatus gezien. Er waren mooie zonlicht-glanzen, de lucht was wolkig maar transparant.

zaterdag 12 maart

Locarno. Hedenmorgen dikke sneeuw in Luzern. Het was mooi, de kleuren. Het wit, en het groen van 't meer, en het bruin en grijs van daken en muren. De lucht was stil en frisch. De tocht over den Gotthard bij prachtig weer. Wolken dreven om de sneeuwbergen, maar de toppen blonken prachtig in diep blauwe lucht. Hier is het ook stil, zonnig en frisch, maar men kan buiten zitten. De bergen zien bruin, en tot de helft besneeuwd. Alleen in de tuinen zijn zuidelijke planten. In den hotel-tuin staan groote camelia-boomen, een er van bloeit al. Bericht van huis. 's Middags voelde ik heimwee naar de kindertjes. Nu is 't weer goed.

zondag 13 maart

Locarno. Ik zit op de veranda van 't hotel, in de zonneschijn. Het is prachtig weer. Ik sliep niet zeer goed, maar toch wel mooi. Schreef gister hoofdstuk IV af.

maandag 14 maart

Locarno. Doodstil, zonnig, volkomen helder. Koel en frisch. ▫ Gister een wandeling over Riva-Piana, Minusio, Brione en Orselina. Alleen. 't Was warm. In een Osteria werd gedanst en morra gespeeld. Ik zat er een tijd bij. Ik schiet goed op met Kl. Joh. Aardige pensiongasten zijn er niet. Ik ben op mezelven aangewezen. Meestal ben ik zeer tevreden. ‘Mijn hart is vol hoop’ zei ik gisteren. Maar 't kost mij moeite niet naar huis en kinderen, naar Aapje en Walden, naar de Amsterdamsche zaak te verlangen.

dinsdag 15 maart

Locarno. Hetzelfde weer. Ik zit in den zonneschijn te schrijven. Gister veel gewerkt. Joh. vordert goed. Hoofdst. V. Het schijnt of dat mij die gemoedsrust geeft. Daarvoor is het goed dat ik ben gegaan. Ik wandelde gister naar de Madonna del Sasso, en lag een oogenblik heerlijk in 't gras. Ik maakte ook teekeningetjes. De avond was ook prettiger. 's Nachts sliep ik onrustiger, den vorigen nacht heerlijk.

donderdag 17 maart

Gister morgen bewolkt, 's middags weer lekker zonnig. Van nacht wat regen/ nu weer bewolkt. ▫ Eergister met moeder een rijtoer gemaakt in heerlijk weer. Gister met Muriel Gailey naar Ascona gewandeld en daar de kolonie bezocht.

Kennis gemaakt met de Graesers, de voorhistorische menschen. Maar goede, lieve Duitschers. Het was er heel aangenaam. Ik ga er heden weer heen. Werk voorspoedig.

vrijdag 18 maart

Lugano. Hotel Reichmann. Kamers gelijkvloers, vlak aan 't meer. ▫ Gister met moeder naar Ascona gereden, de Graesers bezocht. 's Middags een roeitocht naar de overkant met de Engelsche meisjes. Te Magadino uitgestapt, leukoyen en scilla geplukt. Het was een echt bloemenland. 2 uur geroeid.Van morgen uit Locarno vertrokken. Ik heb er een goede herinnering aan, maar niet van de menschen. Hier in Lugano is 't met de menschen nog erger, geloof ik. Maar de kamers zijn prachtig gelegen. De tocht over Luino en Ponte Tresa was ook heerlijk. We aten gezellig buiten in Ponte Tresa. Ik was onrustig door bericht van Reens, en nu ook weer wat door brieven.

maandag 21 maart

Lugano. Stil, heerlijke zonneschijn. ▫ Het was hier kouder, en ik kreeg weer wat last van mijn neus. Zaterdag alleen op den Salvatore gewandeld, 's middags militaire muziek op de markt. Gister met boot naar Porlezza, met spoor naar Menaggio, vandaar gestoomd naar Bellagio, daar gegeten, geroeid naar villa Carlotta, de prachtige tuin gezien en geroeid naar Menaggio terug. Op het Comomeer was het prachtig. 's Avonds wat door de stad gewandeld en nog laat zitten schrijven. ▫ Nu weer tot rust gekomen.

zaterdag 26 maart

Milaan. Sints drie dagen regen, regen. Een goede week achter den rug. Maandag met moeder op den Salvatore, prachtig stil weer. Dinsdag roeitocht naar Gandria en Caprino. Woensdag wandeling naar Montagnola, Gentilino enz. 's Avonds muziek in de thee-salon, dans van frl. Elisa. Donderdag het afscheid, met spijt. Ik heb zoo heerlijk aan Joh. gewerkt op het kamertje aan het zuiderraam, onder de sparreboom. Donderdag naar Milaan, Dom gezien. 's Avonds naar de familie Boschetti. Gezellig gesprek/ zang. Vrijdag het museum Poldo Pezzoli gezien, 's middags de schilderijen in Brera. 's Avonds naar signora Majno Bronzini/ een levendige conversatie, met Willem en signorina Elisa. Het Asyl gezien, keurig netjes. Vandaag weer regen. Van morgen bezoek in 't hotel van Majno en zijn vrouw.

1905 maart

reis met zijn moeder naar Napels en Capri.

zondag 19 maart

Grijs weer, bedekt, druilig.

In den trein bij Bonn. Ik was gisteren beklemd om 't afscheid. Aapje [=Truida] schreide en 't gaat me altijd aan 't hart als ik de jongens zoo lang niet zie. Maar ik wou niet sentimenteel zijn. Ik zag een weinig tegen de reis op, ook omdat moeder al zoo oud is. Maar nu is dat weer voorbij. We vinden het nu beiden zeer genoegelijk. 

maandag 9 uur 20 maart

Genua. De reis begon niet zoo blij als vorig jaar. Ik was meer beklemd en had meer kleine tegenspoeden. Het was zoo druk en warm en sjouwerig.

Maar moesje genoot zoo en voelt zich 25 jaar jonger, zegt ze. Nu ben ik rustiger.

Het is heerlijk, stil, frisch weer. De lucht strak blauw en warme zon.

21 maart

Haven van Genua, aan boord van de Bormida. Langsaam kom ik de beklemming te boven.   Nu heb ik twee dagen op zee voor me. We zijn beiden gezond en wel. Van morgen Genua rondgereden. Het weer is stil, lichtbewolkt. Er zijn drie Russen aan boord, een moeder met twee kinderen. De kinderen lief en hupsch. De moeder wat bekrompen. Land-aristocratie.

woensdag 22 maart

Half twee. Bormida, haven van Livorno. ▫ Ik word aanmerkelijk beter. Van nacht goed geslapen. De ziel bevrijdt zich. Het is als een pijnlijk afdoen van boeien, men is dan nog stram en pijnlijk. Ik wandelde door Livorno en het was zeer uitheemsch. In het parkje bloeiden de anemonen, en er waren donkere steen-eiken, een verdorde Eucalyptus. De kastanjes werden groen. Het was er stil en liefelijk.

donderdag 23 maart half zes

Bormida. Slecht weer, steeds regen. Ik sliep goed maar voelde mij een weinig onlekker van morgen door de zee. Toch behoorlijk kunnen ontbijten. Mama zeer gezond en opgewekt.

zaterdag 25 maart

Capri. Stille, zoele regen. Onweer. Gisternacht nog aan boord geslapen, met de familie Bernhard. 's Morgens zag ik de zon op Napels/ een prachtig effect, het lichtgrijze fort en de blauwe lucht. Turner. Toen in een bootje op de andere stoomboot. De twee kerels die met steenkolen gooiden als de twee Ahasverussen uit de Broeders. De duikers om geld. Bij de vaart naar Capri de Amerikaansche meisjes die moeder uitlachten. Op Capri het heerlijke oogenblik onder de olijfboom, en nog veel mooie en interessante dingen op de wandeling gezien.

zondag 26 maart

Prachtig, zonnig, stil weer. Nu zie ik de Vesuvius, en zijn stille geweldige werksaamheid trekt al mijn aandacht. ▫ Gister zag ik de poppekast op de kleine piazza en amuseerde mij kostelijk. Prachtig waren de regen en wolk effecten om de rotsen. Ik reed met moeder naar Capri en wandelde met haar terug. 

maandag 27 maart

Heerlijk weer. Ging van morgen met moeder in de blauwe grot. Vooral de vaart er heen was heerlijk, langs de steile rotswanden waar de groote blauwe deining langs zwalpte, en de kleine roode koraaltjes zichtbaar werden. De grot zelf is niet zoo imposant als men er van vertelt. Maar het was een aardige morgen en ik praatte met den Livornese, onze roeier, en ik roeide mee. 's Middags klom ik naar de villa Tiberio, langs de huisjes waar de tarantella gedanst wordt - die allein-echte, jeder Concurrenz gewachsen -. Het was zonnig en vroolijk en warm. De cactussen en hagedissen en het wijde uitzicht. Ook de geweldige bouw van Tiberius' paleis, het interesseerde mij. Toen wandelde ik nog langs het weitje, en zag de overblijfselen van het zeebadhuis, even geweldig. Fondament-muren van zes meter dik

woensdag morgen 29 maart

Gister wolkig en stil met soms heerlijke zon. Van daag tramontane met heldere zonneschijn. ▫ Gistermorgen geschreven, 's middags naar Anacapri, daar klom ik op de ruïne en had een strijd tegen mijn zwakte. Ik kon niet rustig zijn aan den rand van die diepe afgrond. Ik dacht: als ik hier rustig kan zijn dan ben ik genezen. ▫ De vergezichten waren ontzachlijk en heerlijk.

zaterdag morgen 1 april

Elken dag even mooi weer, soms 's morgens wat bewolkt, maar we kunnen steeds buiten zitten. ▫  Woensdag middag ging ik laat uit, met moeder naar de Piccola Marina en de Strada Krupp. Eergisteren was ik bij de Arco Nationale en de Mithras-grot, met het gebochelde gidsje, daardoor was ik kalmer bij den afgrond. Gister hoorde ik dat juist daar verleden jaar een duitsch docter is omlaaggestort. Gister wandelde ik met een Duitscher Rüppel naar de Monte Solare. Het was er heerlijk boven, stil en een verkwikkende afmosfeer. De tapuitjes vlogen voor ons uit op de grijze steenen. Moeder en frl. Dyhrenfurt kwamen ons tegemoet.

maandag 3 april

Bedekt, maar heerlijk weer. ▫ Laatste dag op Capri. Ik ben zeer tevreden, zeer tevreden. Gister een allerprachtigste boottocht om 't heele eiland, met de fel-blauwe zee en de heerlijke grotten en rotsen. 's Avonds het vuur uit de Vesuvius.  Mijn eerste verjaardag in 't buitenland. 

dinsdag 4 april

Licht bewolkt, warm. Napels, hotel Hassler.  Ik zag het aquarium, met de wonderbare wezens, door-schijnend en prachtig. 

zaterdag 8 april

Steeds goed weer. Dinsdag middag het museum te Napels. Eerst verbijsterend, doch gelukkig ten slot nog vol genot.

Woensdag Pompeï, dat een zeer sterken indruk maakte.

Donderdag reis naar Rome, door het mooie vruchtbare land. 's Middags het prettige gesprek met Björnson.

Vrijdag. Het dejeuner op de Aventino ter eere van moeder en mij. Het was licht, mooi, rustig, eenvoudig en leerzaam. 's Middags nog gepraat met sign. Lemaire. 's Avonds bezoek bij Sa Lerda.

maandagmorgen 10 april

Milaan. ▫ Zaterdag nog een gezellig middagmaal bij Koelman, 's middags het muzeum in de thermen. Gister de lange rit van Rome naar Milaan. Ik was eerst erg blij en tevreden. Maar ik kreeg een ontstoken oog dat is minder prettig. Het weer was goed en van nacht sliep ik goed. Zaterdag morgen bezoek aan het quartier San Lorenzo.

zaterdag 15 april

Heerlijk voorjaars weer. Walden terug. Evenals vorig jaar zeer verheugd en blij thuis te zijn. Het lieve land en het heerlijke voorjaar. Ik heb in de twee dagen na Milaan, in den trein, veel overdacht en tot diepe inkeer gekomen. 

 

 

1905 december  

eerste verblijf te Berlijn en Dresden.

11 december

Hotel Central, Berlijn. Ik zit in een luxe vertrek, bij ongeluk, door verkeerd advies. Maar ik moet er mij in schikken, of liever ... ik laat het gebeuren. Ik kom met goede voorteekenen

dinsdag 12 december

Zacht weer, van middag wat regen. ▫ Ik ben tamelijk monter. Vooral door het slagen van mijn tocht en door de gezellige middag bij Julia Culp.  

woensdag 13 december

Druilig. ▫ Ik sliep tot half tien. Gister avond was alles dood in me. Ik geloofde niet in mijn werk en in mijn krachten.  Van morgen ben ik nog niet veel beter. Beroerde dingen over ‘de Eendracht’ van huis. Mijn geest weinig elastisch. Een bezoek van Annie de Waal.  

donderdag 14 december

Druilig, grijze wolken. ▫ Gister morgen bij Kahane, den dramaturg. Hij wou Lioba opvoeren. Dat vervulde mij zeer. Verlokkelijk, maar ik ben bevreesd, dat het toch niet mooi wordt. Ik at bij Kempinsky. Ik voel mij hier zeer op mijn gemak. 's Avonds naar het Kleine Theater. Een stuk van Wedekind. Wel interessant. Daarna met Else en de Oosterzee's bij Trarbach.

vrijdag 15 december

't Zelfde weer, zoel. Museums gezien, mooie Botticelli's, Holbein's en de prachtige engel uit Daniël's vizioen, van Rembrandt. Die roerde mij ontzachlijk. Zooiets heeft nooit iemand geschilderd. Dat zachte bleeke gezicht, die blonde lokken, dat eenvoudige, naieve, roerend simpele, die wonderbare blanke verlichting, dat schemerlicht onder de holle vleugelen, die teedere kleuren van den gordel, en dat onvergelijkelijke schilderwerk. De tranen liepen me langs 't gezicht. De rest van 't schilderij liet me koud. Ook zag ik bepaald zeer leelijke Rembrandt's. Mozes met de wet-steenen b.v.

Toen Pergamon. O dat andere leven! Wat is de wereld anders en schooner geweest.

 

Daarna at ik bij Trarbach, ging weer schrijven, en bracht den avond door bij Otten, met de Oosterzee's. Ik las uit de Broeders voor, en deed het goed.

 

Toen, daarna, van nacht, begon mij langsamerhand goed helder te worden wie en wat ik ben, en wat mijn taak en mijn plicht is. ▫ Van Berlijn begint het keerpunt.

zondag 17 december

Helder, zonnig weer.

Berlijn. Eindelijk heerlijk geslapen. Kort, maar verkwikkend, ik voel me geheel frisch en wel. Nog elken dag naar 't theater geweest. Gister Lioba besproken bij Kahane. Het was pijnlijk en vervelend door stoornissen. Maar ik voel rustig en ga krachtig door, wat er ook al of niet gebeure.

maandag 18 december

Mooi, helder weer. ▫ Gister den heelen dag voorspoedig gewerkt. Het stuk wordt goed. Niemand gezien, bij Trarbach gegeten. Toen met de mooie Annie de Waal naar Sommernachtstraum. Diepe indruk, goed en slecht. Het duidelijk inzicht dat dit wonderbare werk toch vertoond moet worden, niet alleen gelezen. En hoe mooier vertooning, hoe beter. De vertooning en de muziek, het was voortreffelijk. Het stuk is een schitterend geheel, een onvolprezen kunstwerk, ▫ Maar de tooneelspeelkunst was erbarmelijk. De mooie verzen bedorven, het edele spel der Atheners een bierposse. Krijschen en schreeuwen. ▫ Ik sliep weinig, maar toch goed.

woensdag 20 december

Welk een zegenrijk gevoel, welk een dankbaarheid, welk een innerlijke rust en verheldering! Vannacht sliep ik in Dresden. Ik had den vorigen nacht zeer weinig geslapen, maar voelde toch frisch en krachtig. Toen sliep ik in Dresden spoedig in, een lichte, zalige/ verkwikkende slaap.

Het gesprek Maandag met Kahane was zeer bevredigend. Wij zijn vrienden geworden/ dat voel ik.  Else is mij ook zeer lief geworden en de dritte im Bunde Cornélie.

Dinsdag at ik bij het hartelijke gezin Mirauer, zag het weelderige huis van Frenkel, en sprak af om naar Dresden te gaan. ▫ 's Avonds bij ‘Kätchen von Heilbron’. ‘Nein! mein hoher Herr!’ Ik zag het graag.

Gister morgen naar Dresden. Het was frisch en helder. Schilderijen, mooi, maar niet mooier dan in Berlijn. Rijtoer, middagmaal, 's avonds naar de Weihnachtsmarkt. Toen de ‘Versunkene Glocke’. Ook met veel genoegen gezien. Van morgen alleen terug. Bij Else gegeten.  

zaterdag 23 december

Stil, zacht weer. Weer op Walden. ▫ Ik had geen zin in huis. Maar tot nog toe heb ik 't goed doorstaan

  

 

1906 februari

Harrow

6 februari

Harrow. Prachtig weer. Z.O. wind. Goede overtocht. Ik kwam hier zoo rustig als van zelf terecht, zooals ik naar Laren of Weesp zou gaan. Ik ben blij, - als ik maar uit Holland weg ben. Ik heb een heerlijke kamer, met mooi uitzicht. ▫ Alles wel hier en onveranderd. De man die mijn koffer bracht herkende me.

woensdag 7 februari

Prachtig weer, als voorjaar. De lijsters zingen, sneeuwklokjes bloeien. ▫ Hier ist die Aussicht frei, der Geist erhoben.

Gister een wandeling met miss Carter en de honden. Amothy is hier, het lieve kreupele meisje, dat sprookjes schrijft. 11 jaar.

Lady Welby en ik spraken over het Kwade. Haar denkbeeld is dat het kwade is als afstooting tegenover aantrekking. Het kwade moet terugstooten en als zoodanig is het goed. Voorstelling van het kwade dat al zijn best doet om af te stooten en toch gezocht wordt.

Lady W. sprak mij over ‘the Mother-sense’. Het voedster-gevoel voor ons nageslacht en ons ras. En de verwaarloozing van de krachten van de vrouw die altijd, vooral op ouder leeftijd, de voorlichtster is geweest (Sibylle). En ik verbond dat met mijn voornemen om een beeld te geven van een groote, sterke vrouw/ de echte menschen-moeder, in wie dat instinkt krachtig en levendig is.

zaterdag 17 februari

Grijs, betrokken, nevelig.

Ik word ongeduldig en begin naar huis te verlangen. Ik heb behoefte aan lichaamsinspanning, aan buitenwerk. De slaap blijft even vreemd, de droomen onbevredigend. Gisteren in Londen, bij Tuckey. Die leidt nog hetzelfde saaie leventje in hetzelfde sombere huisje. Ik werd op klaarlichten dag door een vrouw aangesproken wat me in Londen nog nooit gebeurd is. Ze had een lief gezicht. Het maakte me beroerd.

1906 maart

Reis met zijn moeder en zoon Hans naar Zwitserland.

maandag 19 maart

Zürich, hotel Bellevue. ▫ Gister prachtig weer, vandaag grauw en sneeuwig.

Zaterdag reis hierheen, mooi warm weer. In den trein kennis gemaakt met mevr. van Eeghen-Boissevain en daar lang en prettig mee gepraat. Vriendin van Walborg en mij zeer sympathiek.

Gisteren beklom ik met Hans de Uetli. Boven waren Mama, Betsy en Carry en wij waren erg vroolijk.

Harold van Suchtelen is een merkwaardig en allerinnemendst kind. Zijn doen met mijn moeder, de oma, is alleraardigst.

Van morgen aten wij met de Laemmels in Pfauen, het restaurant. Gezellig, en we praatten over filosofie. ▫ Vanmiddag wandeling op den Zürichberg met Hans. Thee bij Jelmoli, het Waarenhaus met de Hoogjes. Veel gelachen.

donderdag 29 maart

Sints Maandag is 't weer goed geworden. ▫ Maandag roeiden Hans en ik met moeder naar Magadino. Dinsdag ging ik met Hans naar Pallanza, en zag Isola Madre, den toovertuin. Het was er lekker zonnig en wij genoten. Het oogenblik van aanleggen, bij het ijzeren poortje en het binnentreden in den stillen groenen paradijstuin was heerlijk.

Gisteren gingen we naar Como, een echte Italiaansche stad. Ik voelde mij thuis in het typisch Italiaansche wereldje. Toen de prachtige bootreis naar Bellagio. Het weer werd guur op 't laatst, maar we konden toch aan dek blijven.

's Avonds was ik wat onrustig en ontevreden, maar heden is alles weer gunstig. Mooi weer en een heerlijke wandeling door prachtige rotskloven en op den berg met het grootsche uitzicht.

Ik kreeg twee lieve brieven van Aapje en een beetje ongunstige berichten over Walden.

woensdag 4 april

Bellagio. Van nacht op de bergen weer sneeuw gevallen. Hier kil en stil prettig om te wandelen. ▫ Gister wandelde ik met Hans op een smal berg paadje langs het meer, ik denk 400 à 500 M. hoog, en toen we bij een ronding kwamen waar de helling steil afliep aan onze rechterhand, kon ik niet verder. ▫ De diepte trok mij, mijn hart ging kloppen en het zweet brak mij uit. Ik moest gaan zitten en greep den bergwand links met beide handen. Hans was den hoek al om en zag mij dus niet. Ik riep hem dat we maar niet verder zouden gaan omdat het te laat werd. ▫ Ik schaamde mij zeer over mijn zwakheid, vooral omdat Hans het blijkbaar vervelend vond terug te keeren. Of hij de ware reden merkte weet ik niet. Onder 't teruggaan bedaarde het gevoel, hoewel het pad nog op vele plaatsen zeer smal en moeielijk was en vlak langs de steilte liep. ▫ Het is een vreeselijk gevoel, want het schijnt een oogenblik of men niet meer voor noch achteruit kan, en zal moeten blijven zitten tot men omlaag stort. Bij elke beweging denkt men toe te zullen geven aan die aandrang, bij mij ontzachlijk versterkt door de herinnering aan mijn droomen, waarin ik neerzweven kan. ▫ Het is geen vrees, in eigenlijken zin. Maar men is niet zeker van zichzelf, en voelt het beheer over de eigen bewegingen verzwakt. ▫ Ik zou willen weten of ik het door geduld zou kunnen overwinnen. Ik vind het, als zwakheid, ondragelijk. ▫ Hoe dikwijls immers sta ik vlak bij even groote gevaren - een voorbijsnellende trein b.v. - en voel mij geheel rustig. ▫ Vroeger had ik het niet. Het eerst merkte ik het in het Ahrthal, op de voetreis in 1901.

dinsdag 10 april

Terug in Bussum. Mooi voorjaarsweer.

1906 augustus

verblijf te Langenschwalbach.

woensdag 8 augustus

Warm. ▫ Van avond ga ik weer weg. Ik verlang er zeer na. Maar nu 't gebeuren zal, voel ik hartzeer omdat ik M. zoo saai en alleen achterlaat. Ze zegt niets, maar ik voel dat het haar hindert.

vrijdag 10 augustus

L. Schwalbach. Regenachtig. ▫ Toen ik eergisteren zou gaan zag ik er tegen op, ik voelde zelfzuchtig dat ik Martha alleen liet. Haar zomer is saai. En toen ik gister weer hier aankwam, was het welkom eenigszins mislukt. Niemand aan den trein, Aapje te zwak en te ziekelijk om mij op te wachten. Onweer. Hollanders in't pension enz. enz. Daardoor werd mijn van huis gaan nog minder vergefelijk.

zondag 12 augustus

Weergaloos mooi weer, prachtig bewolkte hemel, doodstil, gulden zonneschijn. ▫ Vandaag weer een heerlijke boschwandeling. Het was zoo mooi. Het dorpje Fischbach lag zoo schilderachtig in 't ravijn. Niemand kwam ik tegen, en de gedachten bloeiden rijkelijk. Ik had van nacht bijna tien uur geslapen en een mooie droom gehad.

donderdag 16 augustus

Heden koeler, bewolkt.

Gister een allerprachtigste dag. Ik sliep niet zoo goed als anders, en voelde niet de rechte frischheid voor mijn werk. Ik voel dan de waarde minder, en de opgetogen lust in het werk minder.

's Middags een groote wandeling gemaakt naar Hohenstein, door 't lieve Aardal, langs Adolfseck. Op Hohenstein, in de kolossale ruïne, dronk ik koffie, en wandelde den prachtigen boschweg met de heerlijke vergezichten naar Kemel. Van daar de chaussee naar Schwalbach. Ik denk in 't geheel 25 K.M. Het laatste eind was prachtig en gaf mij het vers ‘Op de Heuvelen’ in dat ik nu opschrijf.

zondag 26 augustus

Gister storm, van daag weer mooi. ▫ In Holland terug, helaas! ▫ Het heengaan van Schwalbach was teer frisch weemoedig. Een nieuw jeugdig gevoel van hartzeer. Er was daar zooveel nieuw voor me. Vooral de natuur, die ik niet zoo mooi verwachtte. Ik meende dat ik zulk natuurmooi al kende, door mijn vele voetreizen, maar ik kende 't niet.

1907 maart - april verblijf te Berlijn.
1907 herfst reis naar Duitsland en Zwitserland.
1907 december  verblijf te Berlijn.
1908 januari  verblijf te Berlijn.
1908 februari - april

eerste lezingentournee in de Verenigde Staten.
Onderweg naar Amerika

1908 mei  verblijf op Guernsey.
1908 oktober - november verblijf te Stuttgart en Mannheim i.v.m. opvoeringen van IJsbrand.
1909 januari  verblijf te Berlijn.
1909 februari - mei tweede lezingentournee in de Verenigde Staten.
1909 oktober - december  derde lezingentournee in de Verenigde Staten.
Foto gemaakt tijdens Amerikaanse tournee
1910 januari – februari  eerste lezingentournee in Duitsland en te Wenen.
1910 februari   lezingen o.a. te Antwerpen, Brussel, Kopenhagen, Stockholm en Aken.
1910 september  verblijf te Dresden en Berlijn, vriendschap met Erich Gutkind (Volker) en Martin Buber.
1911 zomer  Van Eeden-Colony in North-Carolina krijgt vorm.
1911 oktober - november  tweede en derde lezingentournee in Duitsland.
1912 april - mei   vriendschap met Upton Sinclair.

verblijf te Londen met J.I. de Haan,

te Berlijn met U. Sinclair, ontmoeting o.a. met Gutkind, Buber en Rathenau.

1912 juni  reis naar Venetië om Eleonora Duse als psychologisch raadsman bij te staan.
1912 augustus    tweede bezoek aan El. Duse, te Ormesby.
1912 oktober lezing te Frankfurt. Vriendschap met Ella Geldmacher.
1913 april lezingentournee in Zweden.

lezing voor de S.P.R. te Londen: A study of dreams.

1913 juni   rede te Gent: Nieuwe Nederlandsche dichtkunst.
1913 september   woont het psycho-analytisch congres te München bij.
1913 oktober    Lioba te Weimar opgevoerd.
1914 januari - februari   lezingen te Wenen, ontmoeting met Freud.
1914 10 tot 13 juni  bijeenkomsten te Potsdam met Gutkind, Buber, Landauer, Däubler, Rang, Bjerre en Borel: stichting van de ‘Forte-Kreis’.
1915  voordrachten in Nederland over de oorlog.
1917 januari in opdracht van Zweedse pacifisten naar Engeland om bij de minister-president Lloyd George een vredesbemiddeling in te leiden.
1921 januari  eerste verblijf in de St. Paulusabdij te Oosterhout.
1921 30 december   rede te Maastricht over a.s. overgang tot de R.K. Kerk.
1922 18 februari  doop in de St. Paulusabdij te Oosterhout.
1922 19 augustus  lezing Conseils aux Jeunes voor de Ligue Internationale des Femmes pour la Paix permanente.
1923 13 maart    rede in het Concertgebouw te Amsterdam: Mijn oovergang tot de Kerk.

 

 

      

 

 

 

 
 
 
Gastenboek
 
Laatste wijziging op: 08-04-2010 14:03